My Little Phony
home | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | 5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht. punt.nl

 

And all that Jazz
Dieren/Katten | Mijmeringen | 09 Februari 2010 | 13:00:50

Gisterennacht kwam ik op het idee om dit te schrijven. Toen Jazz onder mijn donsdeken kroop en zich tegen mij aan nestelde. Lepeltje liggen kan ze helaas niet. Ze voelt het liefst van al mijn hartslag tegen haar voorpoten kloppen.

Voor zij die dachten dat ik hier even een exposé ging geven van mijn nieuwste muzikale ontdekking: tant pis. Jazz kan me enkel bekoren als ik tijdens de vroege, late, volle en halve uurtjes aan de toog van het Damberd hang of als ik op een zwoele zomernacht een passionele hengst tussen de lakens heb. Liever beesten dan mensen in mijn bed, zo blijkt.

Het zou niet de eerste keer zijn dat ik het idee van crazy old catlady als zeer realistisch toekomstbeeld in mijn hoofd prent. Jazz is nu al mijn surrogaatbaby: dat jankt nu en dan, moet genoeg eten en drinken krijgen en kakt zo vaak dat ik er soms gewoon een kurk in wil rammen. Het verschil lijkt mij niet noemenswaardig. De voordelen daarentegen…don’t get me started. Mijn tepels moeten geen kloven verduren, de rest van mijn lijf blijft strak en striemvrij, ik moet niet in het holst van de nacht opstaan om hongerige buiken te stillen, er zijn geen grootouders die je elke week moet entertainen en de kans dat er echt een lelijk geval bijzit, is zeer klein. En zelfs een schele kitten blijft een cute little ball of fur.

Ik ben eigenlijk een grote fan van surrogaten. Waarom verse soep maken als je even goed een zakje gezelligheid kan oplossen in kokend water. Waarom aan de nieuwste trends bakken geld uitgeven als je ze luttele maanden later in de betere madeinbangladeshmegastore terugvindt? In beide gevallen kan je een opmerking maken over kwaliteit, maar zo gaat dat met surrogaten. Het is een gemakkelijkere maar ook minderwaardige bevrediging. Ik maak me er niet druk om. Mijn kwantitatieve hedonistische trekken zijn dominanter dan hun kwalitatieve collega’s.

Dus ja, het is misschien een tikkeltje zielig om te bekennen dat ik liever de lakens deel met mijn kat dat met een echte vent, maar onbekend maakt onbemind. Ik ben openminded genoeg om het een kans te geven, maar ik waarschuw alvast: ik eis ruim de helft van het bed op en Jazz houdt van (los)hangende speeltjes. Een boxershort is dus aangewezen.

 
Geblaat | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 12

5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht.

Jailbait
Beauty | Mijmeringen | 23 November 2009 | 20:56:38

Misschien ben ik van de oude stempel. Ik ben gebloemd uit een generatie die met een grote fuck you naar de wereld keek. Volwassen zijn was niet het Begeerde Goed. We wilden niet met onze neus op de rottende feiten die onze toekomst waren, gedrukt worden. We droegen bekladde Eastpakrugzakken, Killah Babe broeken die tot aan de knieën doorweekt waren bij de minste bui en slenterden rond in sk8schoenen met felgekleurde veters. Greenday was nog niet aan een comeback toe en een douchende papa was de enige vent die we tot dan toe naakt hadden gezien.

Maar nu word ik onder de voeten gelopen door Geile Huppelkutten (in’t West-Vlaams een perfecte alliteratie). Ze zijn praktisch net van de tiet en zoeken al een alternatief om hun zuigreflex op de oefenen. En die vinden ze. Bij Onze Mannen. Je kan het hen niet kwalijk nemen. Niemand is tegen ze opgewassen. Zelfs ik betrap mijzelf op een occasionele staarsessie als zo’n wulpse leeuwin mijn pad kruist. Gehuld in een strakke skinny jeans (zo van die broeken die enkel voor 14 tot 18-jarigen ontworpen zijn blijkbaar, want mijn heupen schreeuwen na anderhalf uur om vers bloed), op torenhoge hakken en de haren schijnbaar argeloos opgestoken maar uiterst doeltreffend om te grijpen tijdens een sessie doggy style.

Ze hebben het piekfijn uitgedokterd, deze jailbaitnymfomanen. Ze walsen onze feestjes binnen en winden (al dan niet prille) twintigers rond hun hoerenroodgelakte vinger. En mijn generatie vrouwen (al zit er maximaal een leeftijdsverschil van acht jaar tussen), die grootgebracht zijn met de normen en waarden die preken over zelfrespect en haar op je tanden, kunnen enkel machteloos toekijken. Terwijl wij hen een pint willen trakteren (zo feministisch zijn we wel), trakteren zij onze mannen op een degoutant diepe cleavage en een onzichtbare, maar zeer leesbare “easy”-stempel op hun voorhoofd.

Het is een onbegonnen strijd. We kunnen enkel wachten tot de opposite sex zijn verstand terugkrijgt, nadat ze inzien dat deze Sesamstraatsletjes er zelf geen hebben. Op het einde van de rit winnen wij wel. Niet omdat we braaf en frigide zijn. Integendeel. Maar we hebben tenminste een persoonlijkheid. En met een beetje chance: aan het tempo dat zijn hun benen spreiden, ben ik op mijn dertigste nog tight as a baby in tegenstelling tot hun verlepte flamoes.

Dus meisjes, stop met de clips van 50 Cent als toonvoorbeeld van klasse te zien. Gaven ze mij 500 dollar per uur, ik stond daar ook in een gouden bikini rond een paal te draaien. Maar de kans is klein dat ze in mijn curves een goudmijn herkennen, noch in die van u. Dus probeer het eens met een gesprek, charme en een portie geflirt on the side. Het loont waarschijnlijk de moeite. En zie dit niet als een goede raad, maar een waarschuwing. We hebben nog wel wat grof geschut achter de hand.

 
 
Geblaat 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 100


Tear-jerk-ers
Film/Drama | Mijmeringen | 06 Oktober 2009 | 11:16:35
Dit artikel schreef ik voor het Gentse studentenblad Schamper, maar kon gerust ook hier gepost worden. Enjoy :)
 
Misschien ligt het aan mijn oestrogeengehalte: hoe hoger de hakken, hoe voller de zakdoek. Maar ik ben al zo vergevorderd dat platte schoenen mij waarschijnlijk niet meer kunnen helpen. Een hopeloos geval: ik ben een bleiter. Als kind al schreeuwde, neen, brieste ik naar de documentairemakers dat ze dat arme zebra’tje dienden te redden uit de klauwen van die gruwelijke leeuwen.
Mijn naïeve rechtvaardigheidsgevoel speelt mij nu nog steeds parten. Ik ben een makkelijke prooi voor mannen met een al te ijverige troostende schouder. En net omdat ik zo makkelijk naar de doos Kleenex grijp, is mijn taak vandaag moeilijker dan ooit: mijn tien ultieme bleitfilms met jullie delen. Wie deze films niet kent en een date in het vooruitzicht heeft: u weet wat u te doen staat. Wie bij deze films geen traan laat: u heeft geen hart.

Op nummer tien, maar eigenlijk voor eeuwig op nummer een in mijn kinderhart: Frank en Frey. Het verliezen van een ouder, wat bij Bambi en Simba de snotvodden boventoverde, wordt in deze Disneyprent omgezet naar een algemene verlatingsangst: veel harder en droeviger dan al de kinderklassiekers samen. Op nummer negen dan de enige klassieker in het lijstje: E.T. Ik kon er niet onderuit. De charme van geen sequel (fuck you, Bambi II) te hebben: E.T. is en blijft weg. Snif.

Over nummer acht kan worden gediscussieerd, maar voor mij is een huilfilm pas écht geslaagd als ik mij levendig kan herinneren op welke momenten de tranen begonnen te rollen. Bij The Green Mile bijvoorbeeld zijn er talloze scènes die mij de volgende dag gezwollen ogen opleveren. Van de muis tot de gigantische neger, van de sadistische cipier tot de executie van ettelijke gevangenen. Dat geldt evenzeer voor The Notebook, die op nummer zeven bengelt. De meeste vrouwen zullen mij geen ongelijk geven: zelden werd een liefdesverhaal zo mooi en zo intens op een scherm gekleefd. Dat het onze testosterongeladen wederhelften weinig doet, is begrijpelijk. Ik zie het even door de vingers.

Bijna had ik blockbuster The Gladiator op nummer zes gezet, toen ik besefte dat Russel Crowe een veel hoger zakdoekgehalte heeft in het prachtige A Beautiful Mind. De hele film bouwt op naar die ultieme zin: “You are the only reason I am… you are all my reasons”. Zet de sluizen maar open!
De slotzin bij uitstek die zelfs de grootste macho op zijn knieën dwingt is uiteraard: “Oh Captain! My Captain!” uit het meesterwerk Dead Poets Society. Alleen al om Dr. Wilson (voor de onwetenden: boezemvriend van Dr. House) in zijn jonge jaren aan het werk te zien, is deze film een aanrader en plaats nummer vijf meer dan waard.

De nummers vier en drie zijn misschien minder bekend. Het gaat respectievelijk om In America en Mar Adentro. In America toont het verhaal van een Iers gezin dat het groene gras opzoekt in de Verenigde Staten, maar ook de mollen uit de tuin heeft meeverhuisd. Stervende mensen zijn voor bleiters hetzelfde als een seksistische opmerking voor Goedele: de druppel.
De enige Spaanse film in het rijtje, Mar Adentro, zou in ieders dvd-kast moeten staan. Met als hoofdthema euthanasie is het niet meteen de meest licht verteerbare film, maar de muziek alleen al (waaronder Paul Potts stokpaardje Nessun Dorma) bezorgt iedereen kippenvel.

Mijn nummer twee ontdekte ik op een willekeurige avond Wijftv. Dan vraag je natuurlijk om problemen en The Life Of David Gale is dat ongetwijfeld voor mensen zoals ik. Een ijzersterke prestatie van Kevin Spacey die on death row zit voor een misdaad die hij niet gepleegd heeft, enkel om aan te tonen hoe vaak onschuldige mensen ter dood worden veroordeeld. Elementen genoeg om de volgende dag koude theelepeltjes nodig te hebben.

Mijn gedoodverfde nummer een is een tekenfilm over konijnen. Jawel. Een tekenfilm voor volwassenen, weliswaar. Ik was misschien te jong om te beseffen dat Watership Down Animal Farm-gewijs onze maatschappij moest voorstellen, wat mij bijgevolg deed nagelbijten tot ik op het einde verlost werd en op de tonen van Simon & Garfunkel’s Bright Eyes de stortvloed aan tranen rijkelijk kon laten stromen. Deze film kan je beter niet als datematerial gebruiken: voor haar oogt het nadien niet erg elegant meer en wegens een overload aan drama zit scoren er voor hem nadien niet meer in. U weze gewaarschuwd. Veel snotgenot.
Geblaat 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 110


Fuck de Flair
Maatschappij/Levenswijsheden | Mijmeringen | 05 Juli 2009 | 19:22:02

Het moet maar eens gedaan zijn met dat gezever. Voor mij hoeft het niet meer. Gooi het allemaal maar op een hoop en fikken die handel. Elk roosblaadje, elke verlovingsring, elke biep van het antwoordapparaat met bijhorende melige boodschap: ik wil het nooit meer zien. Dood aan de chickflick!

Deze middag besloot ik mezelf maar weer eens te kwellen: ik bekeek “He’s just not that into you”. En ik die stomweg geloofde dat deze film komaf zou maken met de clichés van de wijvenfilm kreeg maar weer eens een bord zeemzoet gekwijl voorgeschoteld. Het begon allemaal veelbelovend hoor. Vrouwen moeten eens leren om niet nodeloos te wachten op een vent. Maar op het einde van de rit zijn het de meest logische koppels die worden gevormd en gebroken: het eeuwige koppel dat uiteindelijk toch trouwt in plaats van water bij de wijn te doen, de naïeve hippie die het geluk voor haar neus vindt, de getrouwde highschool sweetheart die zich een scheiding op de hals haalt omdat hij de charmes van Scarlett Johansson niet kan weerstaan (like, duh) en de wanhopige seut die bij haar uithuilschouder uiteindelijk 50 centimeter lager belandt. Stereotypering: denk je?

Het is ook gewoon niet waar. Als ik op een feestje aangesproken wordt door een kerel die met mijn pink nog niets zou kunnen aanvangen, dan geef ik mijn nummer niet. En als ik het met mijn zatte botten toch doe omdat hij er toch zo schattig uitziet (met jailbait kom je dat wel eens tegen), dan breek ik bij het eerste telefoontje als zijn hart. Of toch zeker zijn hoop.

Die enkeling die mij compleet omver weet te blazen, zal mij niet betrappen op hopeloos geknies en gekakel. Ofwel gebeurt het, ofwel niet. Zo simpel is het toch? Als hij niet belt, wil hij je niet. Daar moesten ze voor mijn part echt geen film voor te maken.

Maar ik geef toe, er zijn hindernissen op de baan. Zo weet ik zelf nooit of ik wel de goede keuze maak. De 20-jarige bezopen, vers uit de schoolbanken geperste lasser kan binnen tien jaar wel mooi zijn brood verdienen, gek zijn op kinderen, Claus appreciëren en een adonislichaam hebben. Maar dat zie je niet als hij je gewoon staat aan te gapen vanaf de andere kant van de zaal en ook niet als hij, ogen gefixeerd op je boezem, komt melden dat rood je geweldig staat.

Hetzelfde geldt voor de beginnende dertiger die begonnen is aan zijn boek over het Europa van de toekomst, lesgeeft aan veertienjarigen, een geweldig lijf heeft, maar je nauwelijks durft aanspreken als zijn übersociale vrienden je helemaal inpalmen. Het is soms hartverscheurend als je merkt dat je hart niet scheurt voor dit soort mannen.

Er valt dus geen liefdesbijbel op te stellen. Goed geprobeerd, Goedele, maar het is overbodig. Een overdosis info doet een mens alleen maar twijfelen aan zijn competenties. Smijt ze dus buiten, die films die u achteraf doen denken ‘dat het aan u ligt dat ge nog niet van’t straat zijt’ en die boeken die u beloven dat ge waanzinnig goede seks gaat hebben ‘als ge maar genoeg met elkaar praat in de slaapkamer’. Ik trek nu mijn nieuwste kleedje aan, mijn rode laarsjes en ik ga swingdansen. En diegene die vanavond in mijn bed belandt, hoort enkel de woorden “oh” en “ja”. Als hij het verdient.

 
Geblaat 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 197


Brugge die scone
Verhaal/Sprookje | Mijmeringen | 10 April 2009 | 00:35:27

De prinses zat rusteloos in haar rijtuig. De uren durende rit van de ene grootstad naar de andere was geen pretje. Haar koetsier verzekerde haar dat de paarden op hun snelst reden, maar het leek alsof de galopperende hoeven het ritme van haar hartslag niet konden volgen. Haar jurk stoorde haar, en ze keek voor de honderdste keer in haar handspiegel om te kijken of haar poeders en olieën hun werk deden.

Hij stond haar op te wachten aan de standplaats van de koetsen. Hij begroette haar met een lieflijke handkus en troonde haar mee, verder de stad in. Ze zag de mooiste plekjes, het rustig kabbelend kanaal, geliefden die arm in arm liepen, het paard aan de hand meegevoerd. Ze werd gewaarschuwd door haar prins voor de enkele schavuiten en boeven die de streek onveilig maakten, maar met hem aan haar zijde kon de meest bloeddorstige rabauw haar hooguit doen lachen.
 
Ze hielden halt aan een lokale kroeg, waar hij de deur voor haar openhield en ze in een sfeer van kaarslicht en zacht getokkel van de luit keuvelden over alles wat in hen omging. Enkele lokale handelaars en bewoners keken argwanend haar kant uit, want een prinses uit een naburige stad kregen ze hier zelden over de vloer.

Toen het hen te heet werd onder de voeten, besloten ze het drinkgelag aan te vatten in een kleiner staminee. Het was er donker en ze namen plaats aan de bar. De waard schonk hen een lokaal gebrouwd bier in en algauw werd de sfeer gemoedelijker. Na uren praten en onschuldig geflirt, realiseerde de prinses zich dat haar rijtuig binnen enkele minuten zou vertrekken, omdat de koetsier en de paarden tijdig de stadspoort van Gent moeten binnenrijden. De prins stelde haar gerust: in zijn kasteel was er nog wel een kamer vrij, nu zijn bediendes en knechten vrij hadden voor de paasweek.

Ze waarschuwde hem dat ze haar deugdelijkheid niet te grabbel zou gooien, hoe lieflijk hij ook overkwam. Hij verzekerde haar dat hij een dergelijk onkuis idee niet op zijn palmares wilde. Ze glimlachten en even had ze spijt van haar berispende opmerking.

Aangezien zijn kasteel een eindje verderop lag, stelde de prins voor haar te brengen op zijn ros. Maar de prinses wilde de stad zien en dus leidde hij zijn paard aan de hand langs kleine wegeltjes en bloemrijke paden. Aangekomen aan het kasteel, bemerkte de prinses dat haar ogenschijnlijk perfecte gezel het op zijn eentje niet redde. Overal lag te wassen linnen, gewassen linnen, eetgerei en schoeisel. De prinses tilde haar rokken op om een gênante val te vermijden. De prins lachte. Hij had er duidelijk geen problemen mee.
 
Hij nam haar mee naar de troonzaal, waar ze samen geëntertaind werden door minnestrelen en narren. Plots kreeg de prinses een lieflijk minnende zoen op haar wang. Het amusement verdween uit haar gezichtsveld en ze was helemaal in de war. Haar hoofd schreeuwde om een vluchtroute, haar hart smeekte om meer. Ze verzocht de prins haar kamer te tonen, waar hij hoffelijk afscheid van haar nam.

“Waar heb ik die kus aan verdiend?” vroeg ze terwijl hij de kamer uitliep.

“Omwille van uw lumineuze schoonheid” antwoordde hij.

“Vlijer!” riep ze hem nog na.

Ze hulde zich in zijn gewaden, want door de plotse beslissing om te blijven, was ze niet voorzien op deze situatie. Het royale bed verwelkomde haar gretig. Zijn geur hing overal en ze sliep als een roos. Geen erwt zou haar wakkerhouden.

De volgende ochtend toonde hij in al zijn glorie dat hij de titel prins waardig was. Hij toverde een rijkelijk ontbijt tevoorschijn waardoor de prinses zich schaamde om haar frigide reactie de avond voordien. Ze wilde het graag goedmaken en hem ter plekke kussen, maar ze bedacht zich. Zo hoort een prinses zich niet te gedragen.

Hij bracht haar naar zijn rijtuig dat haar naar Gent zou terugbrengen. Hij hielp haar instappen en wederom werd ze verrast door haar besluiteloosheid. Ze zou moeten blijven en hem tonen dat ze niet zo ondankbaar was als ze overkwam, maar haar vader verwachtte haar tijdig terug op het kasteel.
 
Ze keek om, blies hem een laatste kus toe en hoopte dat hij die zou vangen.
 
Geblaat | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 88


Brief aan mijn lief
Onbezonnen verzonnen | 23 Maart 2009 | 21:29:29

Mn lief,

Het is hier ondraaglijk koud zonder u. Ge zou mij moeten zien zitten nu, naakt onder mijn deken. Als ik opsta, zie ik mijzelf in de spiegel. Geen geheimen meer, ook niet voor u. Het is tegenwoordig abnormaal om van uzelf te zeggen dat ge’r goed uitziet. Elke vrouw moet hunkeren naar naalden en pompen die haar lijf Playboyproof maken. Ik hunker enkel naar u. Waar blijft ge toch? Zijn mijn lippen te droog, mijn borsten te klein, mijn kont te dik? Laat ge daarom op u wachten? Dan moet ik u teleurstellen. Ik kan labello smeren tot ik frieten kan bakken op mijn lippen, push-up beha’s dragen tot ik mijn kin op mijn borsten kan laten rusten en magisch (w)ondergoed dragen waardoor mijn derrière er plots als een perfect, pitloos perzikje uitziet. Maar op dit moment, voor deze spiegel, vallen al die maskers weg. En dan nog zeg ik dat ik er begeerlijk uitzie. Om op te vreten. Dus, mijn lief, aan mijn lijf kan het niet liggen.

Is het mijn grote mond dan? Ik heb het hart op de tong en heb vaak genoeg het schaamrood voelen stijgen tot in mijn haarpunten als ik weer eens te pas en te onpas laat uitschijnen dat de joden wel eens mogen ophouden met zeiken, of dat mijn dochter nooit zal lijken op die 16-jarige huppelkutten die tegenwoordig om twee uur ’s nachts, dronken en halfnaakt in de Overpoort strompelen. Ik straf mezelf vaak genoeg om deze labiele uitspraken. Laat dat niet de reden zijn van uw talmen.

Komt ge iets later? Smaakt uw Leffe zo goed dat ik even op mijn honger moet blijven zitten? Dat begrijp ik. Maar reken niet altijd op zoveel begrip. Ik heb tonnen aandacht nodig, overgoten met een bitterzoete saus van zelfontplooiing en onafhankelijkheid. Ik kan de stad veroveren op torenhoge hakken, slurpend aan een caipirinha terwijl ik mijn nieuwste artikel nog eens controleer op dt-fouten. Zolang ik ’s avonds (met behoorlijk pijnlijke voeten) maar naast u kan neervlijen, speel ik met graagte het spelletje mee van de vrouw van de 21e eeuw.

Mn lief, het wachten valt me zwaar. Ik heb het er steeds moeilijker mee mijzelf wijs te maken dat het mij niets kan schelen of ge hier zijt of niet.  Want dat is zever. Niet wie mooi wil zijn moet lijden. Wie liefde wil, dié moet lijden. Is het dan verkeerd om naar u te hunkeren, om de nachtelijke gesprekken te missen, uw erbarmelijke kookkunsten die ik toch naar binnen werk omdat ik weet dat ge’r zoveel werk hebt ingestoken en ge eigenlijk gewoon een klein kind zijt, op zoek naar bevestiging? Is het een kwestie van puur masochisme als ik zeg dat ik de nachten mis waarop ik de slaap niet kon vatten omdat ge om de tien minuten rillend van de koorts wakker werd en uw gal meer naast dan in de emmer spuwde?

Ik zal dan maar blijven zitten. Hier. Naakt. Af en toe eens rechtstaan en mezelf bekijken in de spiegel om me ervan te vergewissen dat ik niet plots wat ben beginnen uitzetten of hangen waar het nog niet hoort. Wachtend. Tot ge aanklopt. En ik zonder gêne de deur opendoe omdat ik weet dat ge mij graag ziet in al mijn facetten. Ge knijpt speels in dat beginnende rolletje aan mijn zij. Waarna ge dat kartonnen doosje opendoet en mij vol trots een perfect stuk sachertorte aanbiedt, vers uit Wenen. Vandaar dat het zo lang duurde. Het is u vergeven.

 
Geblaat 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 247


My Little Pony
Jarig | Mijmeringen | 13 Februari 2009 | 14:11:19
Na tweeëntwintig jaren in dit leven maak ik een testament op van mijn jeugd. Volgens mijnheer De Groot is het nu dus gedaan met spelen. Tijd voor het serieuze werk. Maar wat maakt van tweeëntwintig dan zo’n mijlpaal? Komt het besef van de teloorgang van je jeugdige jaren niet veel vroeger?
Zoals wanneer je beseft dat baby Shelly er pas komt als papa Ken en mama Barbie met respectievelijk zaadcel en eicel een kind verwekken. Of wanneer je opmerkt dat Sinterklaas veel wegheeft van de slager op de hoek die je elke week een bolletje gehakt meegeeft om van te snoepen.
Als je kinderlijke fantasie de werkelijkheid niet langer kan verhullen, is dat niet dé mijlpaal waar iedereen nostalgisch naar teruggrijpt? Mijn jeugd was dus al voorbij op mijn twaalfde. Hoer-a.
 
Misschien gaat het wel over de toekomst en de verantwoordelijkheiden die daarbij van je worden verwacht. Je kan wel studeren tot halverwege je twintiger jaren, maar dat wil niet zeggen dat de “volwassenheid” op zich laat wachten. Waar op je achttiende de vraag naar een vriendje op elk familiefeest als een plicht der ooms en tantes werd gezien, wordt deze vraag vier jaar later ook door neven, nichten en grootouders gesteld, vergezeld van de ongeruste blik die je doet twijfelen aan je eigenwaarde en de keuzes die je hebt gemaakt om die te definiëren.
Een welgemeende fuck you is alles wat ik er op te zeggen heb. Aan mijn vinger wordt de eerstkomende tien jaar geen ring geschoven. Het zou ook geen zicht zijn, klein en worsterig als ze zijn.
 
Jonge mensen zijn tegenwoordig manusjes-van-alles. Ze konden 40 jaar geleden beter   hoofdrekenen omdat de leraar met een lat op je vingers sloeg als je niet binnen de vijf seconden antwoordde. Ik daarentegen ben een wiskundige loser maar ik heb wel een rekenmachine. So shoot me.
De eindeloze discussies over het al dan niet beter zijn van vroeger of nu, die ik ontelbare keren heb gevoerd met mijn vader, hebben enkel geleid tot de conclusie dat de maatschappij evolueert en andere eisen stelt. Applaus voor het cliché. Mijn vader rekent wel uit hoeveel procent van mijn loon naar de belastingen gaat, ik maak voor hem de powerpointvoorstelling die zijn cursus begrijpelijk moet maken voor zijn studenten. Quid pro quo. En als hij er niet meer is, heb ik nog steeds mijn rekenmachine.
 
Tweeëntwintig is dus hoegenaamd geen mijlpaal. Het kind in mij is al lang dood. De volwassene in mij wordt net geboren. Tante en oma mogen nog een aantal jaar ongemakkelijk op hun kerststoel schuifelen als ik uitleg dat een man hoegenaamd niets zal veranderen aan het vuilgebekte mormel dat ik nu ben. Ik kan nog wel even doorgaan met het feesten tot zonsopgang en het legen van mijn maaginhoud in de Gentse goot terwijl een vriendin mijn haar vasthoudt.
Ik doe niet mee aan de hele hetse van settelen en sparen. Het is moeilijk om iemand te verliezen, maar het is nog veel moeilijker om iemand dichtbij te laten komen. Ik heb nog geen zin om de risico’s onder ogen te zien. In het land der blinden, weetjewel.

Ik kreeg voor mijn verjaardag een My Little Pony cadeau. Ze heet Minty en doet een kunstje als ze in warm water wordt gedoopt. Vijftien jaar geleden had ik de verpakking opengescheurd. Nu staat het beestje, verpakt en intact, op mijn bureau. Testament van mijn jeugd.

 
Geblaat 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 236


Prinses vs. erwt
Jarig | Mijmeringen | 30 Januari 2009 | 17:05:06
“Wij reserveren niet langer kledij voor klanten,” weet Nadine van de Laura Ashleywinkel in Gent mij te vertellen. Duidelijk geërgerd meld ik haar dat ik zaterdag dan wel op hoop van zege mijn droomjurk zal komen oppikken. Ik zet de draagbare telefoon terug in zijn lader en begin worst-case scenario’s uit te dokteren voor mijn nakende feestje. Wat als niemand opdaagt? Wat als ik nergens een punchbowl vind tegen dan? Als de eigenaar vervelend doet, krijgen we nauwelijks tijd om de zaal in te kleden!
 
Het meisje met wie ik dit alles organiseer vertrekt voor haar verjaardag een weekend naar Maastricht met haar langharige prins, terwijl ik hier in het koude Gent (niet dat Maastricht zoveel warmer zal zijn) op mezelf aangewezen ben om alles in goede banen te leiden.
Ik voel mij een beetje in mijn blootje gezet. Ik heb exact week de tijd om mijn droomfeest te realiseren en ik sta nog nergens. De uitnodigingen zijn verstuurd en het bijhorend enthousiasme van zij die al bevestigd hebben, maakt mij des te nerveuzer. De hoge verwachtingen moeten ingelost worden. De wilde weldoener in mij stelt liever zichzelf dan een ander teleur.

Geen enkele online webshop, noch de Ikea of de Colruyt kunnen mij aan een punchbowl helpen. Hoe moeilijk kan het zijn om een glazen kuip in je assortiment op te nemen? Duizenden soorten messen, ja dat wel. De Colruyt in Dendermonde zal die beslissing nog wel heroverwegen, maar een bokaal waar ik 10 liter Kirr in kwijtkan, dat is teveel gevraagd.

Om van helium nog maar te zwijgen. Mensen in feestwinkels kijken mij bij het vragen van een grote hoeveelheid helium aan alsof ik van plan ben het Smurfenlied te coveren.  Dan maar een ballonloos feestje.

Uiteindelijk is de grootste en persoonlijk belangrijkste drempel: de jurk. Die avond hoort mij toe en dus hoor ik opgemerkt te worden, overspoeld met complimenten over mijn prachtige make-up, haar én jurk. Assepoester schrobde dagenlang de vloeren en had ook recht op een avond waarop ze ongegeneerd de aandachtshoer mocht uithangen. Ik heb net twee maanden achter mijn bureau gesleten. Op een heel leven is dat bitter weinig, maar als ik morgen de diagnose zou krijgen dat ik nog twee maanden te leven heb, dan zou ik mezelf toch wel luidop vervloeken.
Die donkergroene jurk uit de etalage bij Laura Ashley is mij op het lijf gegoten. Ik zou ervoor vechten met dat blondje dat er ook zo smalend naar stond te kijken. Ik zou zeker winnen, trut.

Dus ik ga voor niets minder dan de perfectie. Ik wil dat die avond magisch mooi wordt. Dat mijn vrienden even de dagelijkse sleur kunnen vergeten, dossiers op het werk kunnen wegdansen, problemen thuis (met mate) door hun keelgat kunnen gieten en bovenal huiswaarts kunnen keren met het gevoel alsof ze die avond werkelijk nog eens geleefd hebben. In deze wereld of een andere.

Geblaat 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 220


La Divina Commedia
Relaties/Vrienden | Mijmeringen | 16 November 2008 | 13:23:38

Ik ben te trots om te huilen. Ik heb het dan ook al te vaak meegemaakt. Narcissus kijkt me aan vanonder zijn donkere krullen terwijl hij mij het restje van zijn joint aanbiedt. Ik weet wat komen gaat en neem dankbaar gebruik van zijn achterpoortje. Escapisme kan soms zeer welkom zijn.

“Je verdient iemand beter dan ik”, zegt hij.
“Je bent goed genoeg”, denk ik.
“Er zullen miljoenen mannen voor je vallen”, zegt hij.
“Waarom jij dan niet?”, denk ik.

Hij beweert dat ik te rationeel ben. Daar heeft hij vast gelijk in. Hij kijkt dwars door mij als was ik van zuiver glas. Ik kan niet drinken tot ik van de wereld ben. Ik moet die laatste strohalm altijd kunnen vasthouden. Zelden ben ik de lakens ingedoken met enkel ‘vrijen’ in mijn hoofd. Het knelt, het knarst, het verscheurt, het tormenteert. Het doet eeuwig pijn. Maar anders voel ik niet dat ik leef. Ik zie een poster hangen waarop een vrouw uitbundig lacht terwijl ze letterlijk een gat in de lucht springt. Ik word er niet vrolijk van. Enkel jaloers. Weemoed op een zaterdagavond. Het zou niet mogen zijn.

Muze begroet me met een vochtige kus op de lippen. Ik proef haar aardbeien lippenbalsem en sterf een beetje vanbinnen. Er staat een lange werkavond op het programma en de zaal inglippen om van de voorstelling te genieten is geen optie. Geert Hoste komt zijn nieuwe show opvoeren. Reden genoeg om suïcidale gedachten te krijgen. Zodra iedereen zijn plaats heeft ingenomen en de Geert met het woord “Fortis” een ellenlange avond inluidt, zoek ik Muze op. Ik wil dat ze me vasthoudt, dat ze me zegt dat alles goed komt.

“Het wordt eens tijd dat ik mijn eigen geluk voorop stel”, verkondig ik. Ze glimlacht wat onzeker, omdat ze ziet dat het een masker is dat ik me voorhoud. Wederom heeft de andere partij gelijk, maar toch wil ik dit masker een tijdje ophouden. Ik geloof dat, na verloop van tijd, het masker zal versmelten met mijn eigen gezicht. Een glimlach van puur contentement. Ik wil een Happy Single zijn.

Quid pro quo. Ze duwt me een blad en een pen in de handen.
“Ik weet wat je wil, en ik ga je helpen.”
Ik kijk haar hoopvol aan.
“Maak een lijstje van alles wat je wil doen de komende maanden. Doe wat je van jezelf nooit had verwacht. Wees impulsief. Eigen geluk eerst.”

Ik staar naar het blad. Een oneindig aantal mogelijkheden liggen nu voor het rapen. Ik begin naarstig te schrijven.

Twee uur op café zitten met een boek zonder me te laten storen.
Met een bleitfilm naar keuze een fles wijn en een zak chips verorberen.
Sexy lingerie kopen.
Met mijn blote voeten door het gras van het Zuidpark wandelen.
De zondagsmis in de Sint-Niklaaskerk bijwonen.
...  

Ze zeggen dat je geluk zelf maakt. Ik geloof dat geluk een utopie is. Wie oprecht helemaal gelukkig is, heeft geen besef van de wereld. Anderhalve pagina. Zo lang is mijn hoop op gemoedsrust. Narcissus sms’t me dat hij in ons stamcafé zit en dat er een koffie op mij staat te wachten. Ik laat weten dat ik later kom. Ik moet Muze nog beminnen. Dat staat op mijn lijstje. En hoe kan je beter beginnen, dan meteen.

 
Geblaat 4 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 243


Owngoal
Sport/Voetbal | Mijmeringen | 12 Juni 2008 | 21:24:30

In mijn hoofd bedenk ik keer op keer de beste afleidingsmanoeuvres. Met een diep decolleté een schaal met versnaperingen voor hun neus planten bijvoorbeeld. Of een uur op mijn kamer gaan zitten en hen duidelijk laten horen dat ik zonder hen evenveel fun beleef. Het heeft allemaal geen zin.

Je ziet dan hoe ze duidelijk geërgerd, met gefronste wenkbrauwen en een duidelijk hoorbare “alé” hun gezichtsveld terug willen winnen of het volume de hoogte injagen om je ‘Girls just wanna have fun’ te overstemmen. Als het op voetbal aankomt, staan vrouwen machteloos.

Nooit eerder heb ik mannen zo geconcentreerd aan het werk gezien. Nuja, werk. Languit in de zetel met de voeten op tafel, een pint bij de hand, pistachenoten all over the place en een zurige geur van zweet en beginnende doorligwonden. Wat een ironie: lui in de zetel hangen, terwijl je naar sport kijkt.

Onder elkaar beginnen ze ook telkens de wildste theorieën uit de doeken te doen: dat die ene speler verdomme beter op de bank was blijven zitten want hij helpt het hele spel naar de – excuse-moi le mot – kloten. Of dat de scheidsrechter buitenspel had moeten fluiten en dat die gele kaart compleet onterecht was. Tussen al die testosterongeladen alwetendheid door denk ik vaak, terwijl ik volhardend en hopelijk overduidelijk geërgerd mijn Flair doorblader: doe het dan zelf.

De hele heisa heb ik nooit gesnapt. Tweeëntwintig ezels met een wortel voor hun neus gebonden levert mijn inziens leukere televisiebeelden op. Maar neen, anderhalf uur lang zitten ze naar dat scherm te staren waar regelmatig bal noch speler op te herkennen is. De enige close-ups die we krijgen zijn verontwaardigde, bezwete aangezichten, vreugdedansjes en herhalingen van ‘prachtige pases en doelpunten’. Wanneer de actie dus al voorbij is. Heerlijk nutteloos.

Mannen herkennen elke speler dan weer wel en benadrukken hun kwaliteiten tegen elkaar. Het is een markt waar opbieden de regel is. Als een vrouw al eens het spel probeert te volgen (en nu en dan doe ik die moeite, ja), moet ze het gelul naast haar en dat van de commentatoren er bovenop nemen. Als er dan eindelijk wat actie te bespeuren valt op het scherm, vallen de spelers al snel als halfverdoofde nierpatiënten over hun elkaars voeten om vervolgens minutenlang te liggen kermen van de pijn. Naar mijn weten is het nog steeds gras, geen beton. Watjes.

Voor de rest wordt het pas echt de moeite waard van zodra ze binnen de twintig meter van de doelpalen lopen te dribbelen. En dat gebeurt al bij al maar de helft van de tijd. Door de ellenlange analyses achteraf zou je denken dat een voetbalwedstrijd gelijkstaat aan de ontdekking van leven op Mars.

De vrouwen zouden in opstand moeten komen, het heft in handen nemen en door gezamenlijke, grootschalige acties voetbal van het scherm bannen. Dreigen met een algemene sluiting van de genotsgrotten should do the trick.

Toegegeven: enkel de truitjeswissel houdt ons nog tegen.

 
Geblaat 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 312


Home   weblog sinds: 2007-06-12

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl